Pintafish studiedag 21 november 2015

Meer inzicht in de complexiteit van een duurzame viskeuze

 

 

Verslaggeving: Nancy Fockedey – Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ)

 

 

Op zaterdag 21 november 2015 vond in zaal Cinema City in Nieuwpoort de Pintafish Informatie- en Contactdag plaats, open voor iedereen die meer inzicht wilde krijgen in de complexiteit van een duurzame viskeuze.

 

 

Organisator Pintafish is een bedrijf dat ethisch en duurzaam wil omgaan met het zeeleven én de Vlaamse visserij. Op deze infodag wilde Pintafish zowel terugblikken op de eigen afgelegde weg, als hun filosofie en toekomstplannen voorstellen. Wetenschappers en andere experten gaven die dag meer duiding bij de ecologische en socio-economische duurzaamheidsaspecten van de Belgische vis.

 

 

Professionelen uit de visketen, vertegenwoordigers van voedselteams en hun leden, particuliere consumenten, wetenschappers en zelfs vertegenwoordigers van de Europese Commissie waren aanwezig. De 100-tal aanwezigen hadden één ding gemeen: een grote liefde voor Belgische duurzame vis.

 

 

Programma

 

 

Moderatie - Greet Riebels, communicatiemanager, Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO)

 

 

10:00-10:05 Wout Vertsteden

 

Verwelkoming in naam van Pintafish

 

 

10:05-10:10 Kris Vandecasteele, Schepen Visserij, Stad Nieuwpoort

 

Verwelkoming in naam van de Stad Nieuwpoort

 

 

10:10-10:30 Wim Versteden, zaakvoerder-oprichter Pintafish

 

Filosofie, uitdagingen en toekomstplannen

 

 

10:30-10:50 Danny Huyghebaert, zaakvoerder Huyghebaert & Zoon

 

Aankoop van Belgische visvaartuigen en werkwijze

 

 

10:50-11:10 Arne Kinds, visserijbioloog, Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO)

 

Naar een duurzame Belgische visserij: successen en uitdagingen

 

 

11:10-11:30 Krien Hansen, beleidsmedewerkster, Natuurpunt

 

Convenant voor een duurzame Belgische visserij & het Vistraject

 

 

11:30-11:50 Kelle Moreau, visserijbioloog, Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO)

 

Belgische vis: soorten en status van de bestanden

 

 

11:50-12:10 Filip De Bodt, Climaxi vzw

 

Socio-economische duurzaamheid, labels en viswijzers

 

 

12:10-13:00 Vragenronde en samenvatting

 

Greet Riebels

 

Moderator - communicatiemanager, Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO)

 

Pintafish staat op een transitiepunt en wil in zijn bedrijfsvoering binnen de korte-keten-filosofie nog meer tegemoet komen aan de eisen van de bewuste consument. Het bedrijf streeft ernaar om het ganse proces van de visketen – van vangst tot bord – zo duurzaam mogelijk te maken, ondersteund door wetenschappelijke kennis. Pintafish wil de rendabiliteit, visibiliteit en betrokkenheid van elke speler in deze keten verhogen en vandaag zijn filosofie rond ethisch en duurzaam ondernemen uit te doeken doen.

 

 

Wout Versteden

 

Pintafish

 

Verwelkoming van alle aanwezigen. Pintafish is blij met de grote opkomst vandaag. De deelnemers zijn mensen uit diverse hoeken van het land (Antwerpen, Hasselt, Nieuwpoort, kust, Nederland …). De sprekers van deze morgen zijn mensen die de duurzaamheid van de Belgische visserij bekijken vanuit diverse invalshoeken. Allen met een passie voor de visserij.

 

 

Kris Vandecasteele

 

Schepen Visserij, Stad Nieuwpoort Verwelkoming

 

Heet alle deelnemers van harte welkom in Nieuwpoort, de hoofdstad van de dagverse vis. Pintafish krijgt een dikke proficiat voor haar volharding in het implementeren van een nieuwe, innovatieve manier voor het vermarkten van verse vis.

 

 

Wim Versteden

 

Pintafish

 

Voor Pintafish (www.pintafish.eu) is dit nu een belangrijk moment. We hebben geen gemakkelijke weg afgelegd, maar zijn blij om vandaag een talrijk publiek te zien opdagen, van mensen die samen met ons willen meedenken. Wij staan immers voor een bedrijfsvoering die gedragen wordt door mensen.

 

In 1985 ontstond Veeakker (www.veeakker.be) als een kleinschalige boerderij. Op het eind van de jaren 80 hadden we de keuze om ofwel te vergroten qua schaal, ofwel resoluut een ander weg in te slaan. Op dat moment ontstonden heel wat bedrijfjes die anders gingen denken over de klassieke productiemethodes (vb. Hefboom, Triodos Bank …). Met Veeakker hebben we toen ingezet in de korte keten. Handel en commercialisering zijn belangrijk voor elk bedrijf, onafhankelijk van welke filosofie men volgt. Dus werd in eerste instantie ingezet in het opbouwen van klanten en logistiek.

 

Het lezen van een artikel over de toestand van de zee en de (negatieve) impact van de visserij, greep mij zeer aan. Ik wilde hier iets aan doen en een alternatief uitwerken. Veeakker heeft immers een uitgesproken cliënteel die sterk denkt. Waarom hen geen duurzame vis aanbieden? In onze zoektocht naar welke vis duurzaam is en welke niet, kwamen we terecht bij Stichting De Noordzee die ons adviseerde over de te verkiezen soorten, vismethodes, visgebieden en seizoenen. We gingen toen tevergeefs op zoek naar Belgische handelaars die ons deze vis kon aanleveren, en moesten uiteindelijk uit Nederland laten leveren. Deze vis kwam van overal ter wereld en was dus geheel tegen het idee van de korte keten…

 

We werken bij voorkeur met netwerken, zowel aan de kant van de afname als voor de aanvoer. Eind 2011 kwamen we via het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO - www.ilvo.vlaanderen.be) in contact met een aantal Belgische vissers die interesse hadden in het korte-keten-verhaal. In maart 2012 hebben we Pintafish opgericht, specifike voro de vishandel. Maar we kwamen in de loop van tijd wat vast te zitten. We zochten daarom naar een andere aanpak en nieuwe initiatieven (zoals vb. via Voedselteams vzw - www.voedselteams.be). We blijven als Pintafish echter te klein om iets substantieel te kunnen veranderen. Daarom zijn we zeer blij dat nu ook enkele grootkeukens interesse hebben, zodat volume vergroot.

 

Uit de gesprekken met de vissers bleek dat deze op zee dingen vangen die niet (genoeg) besteld worden door de consument. We willen ervoor zorgen dat de volumes die worden gevangen en waar weinigen interesse in hebben, toch effectief verkocht geraken (verspilling tegengaan) en ervoor zorgen dat die volumes niet noodgedwongen in het kattenvoer terecht komen.

 

We kopen in wat de visser meebrengt via Danny Huyghebaert en Zonen. En hoge kwaliteit is verzekerd. We zorgen echter voor een buffer tussen de aanvoer en de verkoop: de diepvrieskamer. Zo kunnen we gericht de aanvoer uit zee sturen volgens de vraag van de consument en de distributie te organiseren. Onze oplossing voor het verduurzamen: kennis, technologie en een goede organisatie (incl. een databank en informatica).

 

Vraag (Anton Gazenbeek - Europese Commissie DG MARE): Hoe leer je de consument vis eten die ze niet goed kennen? Dat interesseert ons enorm, zeker met nieuwe wet die er zit aan te komen waar vissers wordt verboden gevangen vis (voor commerciële en gequoteerde soorten) terug overboord te gooien. Antwoord: Via seizoenspakketten, waarin we een 3-tal redelijk onbekende soorten per keer in aanbieden. Het zijn mooie pakketjes, en er is veel interesse in. De consument stelt zich akkoord met de diversiteit en de kwaliteit. Ze leiden tot een goede prijs voor de visser en een lagere prijs voor de consument.

 

 

Danny Huyghebaert

 

zaakvoerder Huyghebaert & Zoon

 

Vroeger was ik zelf visser, maar door omstandigheden ben ik naar de verwerking overgeschakeld. Als visaankoper en -ververwerker is er niets gemakkelijker dan vispakketten maken, waarbij de aankoper vooraf geen specifieke soortkeuze opgeeft. Ik kies dan voor de beste kwaliteit in het aanbod op de veiling op dat moment. Ik kies tussen alles wat de visser aanvoert, ook “nieuwe, ongekende” soorten. Het leidt ook tot een betere betaling van de visser.

 

Initiatieven zoals NorthSeaChefs hebben gezorgd voor de introductie van nieuwe soorten bij chefs die me vragen om X kg vis (onbepaald welke soort) en Y kg andere vis aan te leveren. Ondertussen hebben we zo 48+ soorten bij deze chefs geïntroduceerd. Mogelijkheden genoeg in de lokale aanvoer! Met Pintafish introduceren we deze soorten nu ook bij de consument.

 

Promoties van initiatieven zoals die van de VLAM (vis van de maand, vis van het jaar) hebben slechts een tijdelijk effect op de prijs. Vissers hebben liever een continue prijs hebben over het ganse jaar.

 

De Belgische visserij is klein, er zijn nog minder dan 70 vaartuigen die regelmatig uitvaren. Ze is gespecialiseerd in de boomkorvisserij, een type visserij dat zeer wordt geviseerd. Er moest echt iets veranderen en ondertussen werden de laatste 10 jaar veel aanpassingen gedaan aan deze tuigen om hun impact te verminderen (brandstofbesparing, selectiever, vermindering van de bodemimpact). Zo hebben we nu econometers en cruise controle aan boord; het vistuig werd lichter gemaakt (minder kettingen en een hydrodynamische vleugel), de sloffen kregen wielen (ecorol), de grote mazen in de netten zorgen ervoor dat er economischer kan worden gesleept… Naast bovengenoemde aanpassingen van de traditionele boomkor, werden ook andere technieken in de Belgische visserij geïntroduceerd (naast deze die al in gebruik waren):

 

· Garnaalvisserij: boomkor met fijne mazen, maar nu ook met hydrodynamische vleugel en ecorol. Zeeflap voor hogere selectiviteit;

 

· Plankenvisserij: vroegere techniek terug introduceren bij boomkorvaartuigen; zware borden (500-700 kg) op de bodem houden het net open, bijna geen ketting. Vnl. tong, roggen, wijting. Enkel in de zomer.

 

· Twinriggen: 2 tot 8 kleinere plankennetten aan elkaar bevestigd.

 

· Flyshooten: semi-passief, net wordt uitgelegd. Touwen dansen bij het binnenhalen op de grond en jagen de vis naar het net. Nadeel: veel kleine vis in netten;

 

· Staand want: zeer mooie kwaliteit, maar hoge kennis nodig van de visser;

 

· Potten en schakels: passieve visserij, bv. op inktvis voor onze kust;

 

· Schelpenvisserij: met dreggen (zware visserij), vangsten komen niet op de Belgische markt;

 

 

 

Arne Kinds

 

Visserijbioloog, Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO)

 

 

Er wordt over het algemeen veel teveel in algemene termen over duurzaamheid en duurzame vis gesproken, zonder enige nuance. Laat ons de definitie van duurzaamheid onder de loep houden. Definitie van de VN-commissie Brundtland uit 1987: “Duurzame ontwikkeling sluit aan op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen, aldus de definitie.” Duurzaamheid heeft 3 pijlers:

 

- Ecologische pijler (grootte bestanden, manier van vissen en impact op ecosysteem);

 

- Sociale pijler (betrokkenheid van gehele gemeenschap/maatschappij in de visserij en de verkoop van de producten);

 

- Economische (rentabiliteit bedrijven).

 

Hoewel duurzaamheid vaak wordt geschematiseerd als 3 cirkels die elkaar deels overlappen en waar duurzaamheid de gemene deler van de drie is. Maar ik zie duurzaamheid liever als 3 cirkels die elkaar omsluiten. Hierbij geeft de buitenste cirkel – de ecologische – de draagkracht van het ecosysteem aan, waarbinnen we kunnen leven en een visserij ontwikkelen (socio-economische aspecten). Men moet keuzes maken, en een maatschappelijk engagement nemen.

 

Verschillende marktinterpretaties van duurzaamheid slaan vaak maar op 1 van de pijlers. Vaak wordt de term verkeerd gebruikt, zelfs misbruikt. Men gebruikt wetenschappelijke argumentatie, maar zonder transparantie. Let erop dat ook initiatieven zoals de Viswijzer en het MSC-label enkel ecologische duurzaamheid in rekening brengen. Men wil met deze initiatieven vooral de druk op kwetsbare soorten en het ecosysteem verminderen. Bij duurzaamheid mogen de pijlers niet naast elkaar staan. Al te vaak wil men de visketen verduurzamen, zonder de vissers zelf te betrekken. Er zijn labels, maar die kunnen verwarring bij de consument veroorzaken en vaak wordt hiermee enkel een bovenlaag van consumenten bereikt.

 

In 1997 ontstond het MSC-label, met een transparante methodologie en met betrekking van de vissers. Maar de certificering heeft een hoge kost voor de visser. Vaak kunnen enkel reders of organisaties met een hoog kapitaal die kost aan. Kleinere vissers halen het label niet binnen, hoewel die op dezelfde manier vissen in hetzelfde gebied op dezelfde soort vissen. Het label verdienen ze vaak ook niet terug, er wordt geen meerprijs voor wordt gegeven.

 

De Belgische visserij (overwegend brandstof-intensieve bodemsleepnetten) werd in 2008 getroffen door de brandstofcrisis. Door tegenvallen visprijzen kwamen weel vissers in een economische zeer slechte situatie terecht. Het zette hen wel aan om aanpassingen te doen aan hun vistuig, om het brandstofverbruik en de bodemimpact terug te dringen. Er kwam ook druk op de vissers vanuit de retail en de consument. Men ging de Viswijzer gaan gebruiken bij de viskeuze (voorkeur voor MSC, vis van ver afkomstig). Hierbij was de Belgische visserij kop van jut. Dit noopte tot meer nuances.

 

Daarbij kwam nog de druk door het hernieuwde Europees Gemeenschappelijk Visserijbeleid (ec.europa.eu/fisheries/cfp/index_nl.htm). Een onderdeel hiervan is de “aanlandingsverplichting of discardban” die onze vissers vanaf 2016 verplicht om alle vis van commerciële en gequoteerde soorten aan te landen, ook deze die exemplaren die te klein zijn voor verkoop en deze waarvoor ze geen quotum meer hebben.

 

 

In 2011 heeft de Belgische visserijsector het engagement genomen om te verduurzamen (Convenant) en sindsdien bepaalt via welk traject, doelen en acties (Vistraject) - zie later: lezing door Krien Hanssen van Natuurpunt. ILVO heeft ondertussen een instrument aangemaakt waarmee die transitie naar meer duurzaamheid meetbaar kan worden opgevolgd: VALDUVIS (zie video: www.youtube.com/watch?v=HLBUTMbxbi0).

 

 

Hoe werkt VALDUVIS? Voor elke vistrip wordt een duurzaamheidscores bepaald voor elke gevangen soort. Data komen binnen via het elektronisch logboek dat de visser invult aan boord en wordt samengelegd met de locatie, het gebruikte vistuig inclusief de aanpassingen eraan, de doelsoort, de duur van de vistrack … (keuzes van de visser). Er worden een 14 indicatoren berekend (zowel ecologische, sociale als economische) en die worden voorgesteld in een duurzaamheidster.

 

 

VALDUVIS kan dienen voor verschillende doelen: (1) elke vistrip kan geëvalueerd worden op duurzaamheid (visser, aankoper, consument), (2) de reder kan de prestaties van zijn vaartuig over de loop van een jaar evalueren (leerinstrument voor eigen bedrijfsvoering); (3) binnen een vlootsegmenten kunnen reders onderling vergelijken (t.o.v. collega’s, t.o.v. schepen die andere vistechnieken toepassen); en (4) de Belgische vissersvloot in zijn geheel kan geëvalueerd worden op duurzaamheid. Eventueel zou het systeem ook zichtbaar kunnen worden gemaakt op de markt, waardoor consumenten bewuster zouden kunnen gaan kiezen (voorlopig niet in de planning).

 

 

Krien Hanssen

 

Natuurpunt

 

 

In 2011 werd het “Convenant Duurzame Visserij” ondertekend door de Belgische visserij (Rederscentrale), de Vlaamse overheid, het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (ILVO) en Natuurpunt. Sindsdien zaten ze samen aan tafel om de doelen, acties en timing vast te leggen in het Vistraject (www.natuurpunt.be/vistraject-een-duurzaamheidstraject-voor-de-belgische-visserijsector), waarin de 7 wegen waarop zal worden in gezet worden uiteengezet. In 2015 volgende dan de ondertekening van het tweede Convenant (met extra partner de Provincie West-Vlaanderen) de 7 doelstellingen te realiseren in 60 concrete acties. In wat volgt haalt Krien er enkele puntjes uit die Natuurpunt zelf heel belangrijk hierin:

 

- Meer vis binnen veilige grenzen:

 

o Zoeken naar een werkbare vorm om de gekende paaiplaatsen in het Belgisch deel van de Noordzee en ander plaatsen te beschermen.

 

- Visserij met een minimale impact op mariene milieu:

 

o Streven naar aanpassingen van vistuigen om de bodemberoering te verminderen. Nu meer genuanceerd. De impact van de boomkor is niet op alle plaatsen even groot. Bodemberoerdende vistechnieken kunnen beter niet worden toegepast in de meest biodiverse gebieden in de Noordzee. Daarom een impact assessment van alle vistechnieken in de verschillende gebieden.

 

o Selectiviteit. De boomkor is niet selectief, het is een gemengde visserij. Wat veel keuze oplevert voor de consument, maar er zitten soms ook bedreigde soorten mee in de netten. Zo willen we voor haaien en roggen een soortspecifieke aanpak stimuleren door identificatie-instrumenten aan te reiken en beleidsvoorstellen op te stellen (www.natuurpunt.be/haaien‐en‐roggen).

 

- Een economisch rendabele visserij: zoeken naar nieuwe energietoepassingen in de visserij.

 

- Kleinschalige en kustvisserij: er zijn in België 600+ recreatieve vissersvaartuigen actief (zie: www.vliz.be/nl/news?spcolid=757&id=4267) naast 70 professionelen. Hierrond zou een beter beleid moeten worden gevoerd.

 

- Sociaal verantwoord vissen. Het convenant heeft ervoor gezorgd dat het wantrouwen tussen de spelers weg; we spreken nu met elkaar.

 

- De nieuwe visser als “guardian of the sea” met een goede, diverse opleiding. Vb. Vissers in opleiding leren over de kwetsbaarheid van haaien en roggen.

 

 

Critici op het convenant en het vistraject zeggen dat het nog veel blabla is en weinig boemboem (na 6 maand nog niet veel concreet). Maar we gaan traag maar zeker vooruit. Ondertussen hebben we het Task Force opgericht en 4 werkgroepen die open staan voor iedereen. Er is ook een klankbordgroep. Krien sluit af met een wijs Keniaans gezegde “Wil je snel gaan, ga alleen. Als je ver wil komen, ga samen.”

 

 

Kelle Moreau

 

Visserijbioloog, Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO)

 

 

Vlaamse vis: wat is de omvang van de vloot en vangst, welke soorten, waar opgevist en wat is de status van de vissen. Wie houdt in de gaten hoe de status van die vis evolueert? Kelle gaat hier vooral in op een van de ecologische factoren van duurzaamheid: status van de visbestanden.

 

 

Voor een overzicht van de Vlaamse visserij: aanvoer en besomming in 2014, zie: http://lv.vlaanderen.be/sites/default/files/attachments/aanvoer_en_besomming_2014.pdf

 

De Vlaamse aanvoer bedraagt 20 000 - 25 000 ton per jaar. Hoewel de vloot sterk is gekrompen, is er eigenlijk geen belangrijke afname te zien in het totale aangelande volume.

 

 

De soorten die de Belgen aanvoeren zijn vooral demersale of bodembewonende vissen (26 soorten), die met bodemsleeptechnieken worden gevangen. In de aanvoer zitten een beetje pelagische soorten, zijnde vis die in de waterkolom leeft, en een beetjes schaaldieren (waaronder vooral grijze garnaal) en een beetjes schelpdieren (vnl. Sint-Jacobsschelpen en inktvissen). Qua volume bestaat de aanvoer in de eerste plaats uit schol, qua aanvoerwaarde staat tong op de eerste plaats.

 

 

De aanvoer verschilt ook seizoenaal, van soort tot soort en van van visgebied tot visgebied. Vb. kabeljauw en schol worden typisch in het najaar aangevoerd, tong meer verspreid over het jaar en andere soorten kennen 2 pieken over het jaar.

 

 

Waar gaan de Belgische vissers vissen, op welke visgronden? In de centrale en zuidelijke Noordzee, Ierse zee (klein aandeel), het Engels kanaal, Keltische zee, de Golf van Biskaje (enkel in de zomer).

 

 

Goed om weten is dat de duurzaamheidstatus niet bepaald wordt op het niveau van een soort in zijn gehele verspreidingsgebied, maar dat dit wordt bekeken in een bepaald gebied (visbestand). De nuance op het niveau van bestand is belangrijk. De status van het visbestand in die zone is een respons op de heersende omgevingsfactoren en een respons op de menselijke impact (oa. visserij).

 

Let er op dat de geografische afbakening voor de verschillende bestanden voor elke soort verschillend is.

 

 

De bepaling van de status van de visbestanden gebeurt vooral voor die vissoorten en bestanden die economische belangrijk zijn. We hebben daarvoor langetermijngegevens nodig over de aanwezige reproductieve biomassa (deel dat zich kan voortplanten) en gegevens over de visserijsterfte (visserijdruk). Ook moeten we een referentiepunt instellen over wat we beschouwen als een “gezonde toestand”. Als er minder gegevens voorhanden zijn, kunnen we enkel trends waarnemen in de vangsten en de aanvoer.

 

Gezien zowel omgevingsfactoren als visserijdruk jaarlijks kunnen wijzigen, kan de duurzaamheidsbeoordeling van een bestand jaarlijks anders zijn. Het is dus onzin om langetermijnwijzers op te willen stellen. Ze hebben maar een kort houdbaarheidskarakter.

 

 

ILVO en VLIZ hebben kaartjes opgesteld voor de meeste soorten die door de Belgische visserij aangevoerd worden. Zie: www.vliz.be/nl/multimedia/onze-kust?album=4831.

 

Ze tonen enerzijds uit welke zones een bepaalde soort vooral wordt aangevoerd (in %, gemiddelde van de aanvoer in 2011, 2012 en 2013) en anderzijds hoe de wetenschappers de status van de verschillende bestanden van deze soort beoordeelde (op basis van ICES-beoordeling uit 2014, recent werden de ICES-beoordelingen 2015 gepubliceerd en zullen de kaartjes moeten worden geüpdatet).

 

 

 

Filip De Bodt

 

Climaxi vzw

 

Is de maker van twee documentaires over visserij (Fish & Run I en II), waarbij van onderuit gewerkt wordt zonder scenario, zonder vooraf vastliggen resultaat. We gaan met iedereen praten, en krijgen onbevangen reacties. Recent werd ook een editie van het Visserijblad heruitgegeven. Ik wil hier enkele reacties geven op wat ik gehoord heb vandaag en enkele stellingen lanceren waar Climaxi vzw sterk achter staat.

 

 

Vistechnieken: Climaxi vzw is meegegaan op veel vissersvaartuigen. We hebben de boomkor in werking gezien en hebben ook veel met vissers en wetenschappers gepraat. We kunnen concluderen dat men nu toch wel de limiet heeft bereikt waarbij we verbeteringen aan de boomkor kunnen doen. We kunnen de boomkor niet nog ecologischer organiseren dan wat nu gebeurt. En ja, de boomkor doorploegt de bodem. Climaxi is niet voor of tegen de boomkor, maar is ervoor om meer ruimtelijke ordening op zee te organiseren. Zoals een boer op het land ploegt en niet in natuurreservaten, kun je de boomkor toelaten in bepaalde zones en elders niet. Wees duidlelijk!

 

 

Voedselkilometers: We willen dat voedselkilometers meer in de duurzaamheidsbeoordeling aan bod komen (misschien in VALDUVIS?). Climaxi pleit voor de nabijheid van voedsel. En niet voor MSC Pangasius uit Vietnam die in Belgische warenhuizen wordt aangeprezen als duurzame vis. Is dat duurzaam? We moeten binnen de visserij ook de quota durven herbekijken en moedige beslissingen nemen hierin. Waarom stomen naar de Golf van Biskaje om daar een beperkte campagne te doen met voedselkilometers die zwaar doorwegen. Kunnen we geen quota vinden voor vis die dichter bij huis zit?

 

 

In het Vistraject wordt gepleit voor een meer sociaal-verantwoorde visserij. Maar is de Rederscentrale wel de gepaste organisatie om dit te bewerkstellingen als sectororganisatie? De kustvisserij bijvoorbeeld is op sterven naar dood en wie komt voor hen op… Ook op het vlak van eerlijke prijzen, bv. De visveiling is een vrijmarktsysteem die voor sommige soorten maar 40 cent de kilo oplevert in de vismijn, maar diezelfde vis kost dan in een winkel in het binnenland 10-16 euro per kilo gaan. Er moet samen mét mensen uit de visserij opgekomen worden voor betere inkomsten voor de visserij. Pintafish geeft bovenop het veilsysteem een meerprijs. Momenteel wordt de verkoop van vis gemonopoliseerd door 1 grote visveiling. Rechtstreeks verkoop wordt niet mogelijk gemaakt bij ons, tenzij enkele vissersvrouwen die de vis van hun mans vaartuiig verkopen en enkele korte keten verhalen. De visser wil vooral een goede verloning.

 

 

In de viswijzers en door het MSC-label wordt elektrisch vissen als een ecologisch alternatief beschouwd. Maar het tuig is lichter en er kunnen hierdoor nieuwe gebieden geëxploiteerd worden waar anders niet gevist wordt. Ook worden er momenteel nog te hoge elektrische ladingen toegepast, zodat er brandplekken en zweren bij de vis waargenomen worden. Climaxi betreurt het dat de wetenschap hier niet duidelijker over is. Zij kunnen immers (nog) niet bevestigen dat de elektrische pulsen de oorzaak zijn van de waargenomen zweren.

 

 

De instapprijs voor een MSC label kost 25 000 euro enkel kapitaalkrachtige reders en bedrijven kunnen hieraan beginnen. ¾-den van de MSC opgeviste vis is in handen van grote bedrijven, waarvan enkele van het bedrijf vissen voor MSC en de andere schepen gewoon vissen. Volgens Climaxi is MSC dus een misleiding van het publiek, een vorm van greenwashing. Een label is geen manier om dingen te regelen.

 

 

Climaxi is op zoek naar mogelijkheden om een 3de Fish & Run-film te maken en we willen graag werken rond de discardban die vanaf volgend jaar in voege treedt en waartegen de Belgische visserij dus collectief in overtreding gaat.

 

 

Wim Versteden

 

Pintafish

 

Voor de discussie begint wil Wim nog een afronding na de lezingen. We hebben geleerd dat het verduurzamen van de visserij en het visaanbod een heel complex iets is. Pintafish wil haar werking en aanbod wel bijsturen en het aanbod op een traject zetten naar meer duurzaamheid. We willen deze complexiteit beheersen. Ik geef het een kans met inzet van technologie en een goede communicatie (met wetenschappers, vissers, andere spelers). We leerden dat beoordelingen snel evolueren en dat labels en wijzers te snel worden achterhaald. We begrijpen dat je als consument niet kan volgen. Daarom moet je berusten op het vertrouwen van de ondernemer. We moeten als Pintafish nog een lange weg afleggen. Er kan kritiek op de gegane weg zijn, maar dit voor ons een scharniermoment om te streven naar daadwerkelijk verandering. Het zal niet simpel zijn en zal nog zijn tijd kosten. We hopen op jullie begrip.

 

 

DISCUSSIE

 

 

Vraag (Johan van de Steene – Vlaamse Visveiling): Waarom is de vis van Pintafish duurzamer dan deze die via de gewone kanalen in de visveiling wordt aangeboden? De Vlaamse Visveiling werkt conform de regels en legale vis is toch in zich duurzaam. Hoe bepalen jullie wat duurzaam is? Kunnen jullie aantonen dat jullie naar een nog meer duurzame selectie gaan in jullie aankoop en verkoop.

 

Antwoord (Wim Versteden): Onze manier van ondernemen is anders dan die van klassieke ondernemers. We verkopen niet enkel die vis die mensen willen kopen, waar vraag naar is ook al is ze niet duurzaam. We verkopen hoe dan ook geen kabeljauw, tonijn ….

 

(Danny Huyghebaert): Vis kan wel met een duurzame techniek gevangen worden binnen de toegestane quota (is dus inderdaad niet illegaal), maar het kan zijn dat de bestanden niet goed zitten. Bijvoorbeeld kabeljauw zit in een langetermijnherstelplan in de Noordzee. Nu dit seizoen zijn de bestanden nog altijd niet goed. Daarom verdelen we met Pintafish geen kabeljauw.

 

Reactie (uit zaal): maar Danny verkoopt als handelaar wél kabeljauw aan andere klanten als zij hierom vragen. (dit wordt bevestigd door Danny met de reactie dat de afname van Pintafish nog niet voldoende is voor het in stand houden van zijn bedrijf). Reactie (Winkelierster biologische voeding – Brussel): Je moet als handelaar keuzes maken en je integriteit bewaren.

 

 

Vervolg antwoord (Wim Versteden): Nog een element waarin wij verschillen rond duurzaamheid is de verdeling van diepvriesvis wat Pintafish uniek maakt. We vermijden verspilling. Er wordt niets weggegooid door het invriezen.

 

 

Vraag (uit zaal): Kunnen we heersende markteconomie niet omdraaien en meer fair trade invoeren?

 

Anwtoord (Wim versteden): Wat is eerlijke prijs voor de visser? Dat is zeer complex om te bepalen. Wij zijn geen gehaaide verkopers. Daarom maken we prijsafspraken waar iedereen mee akkoord kan gaan (zowel wij, de visser als de klant). Wij willen dat de visser tot aan het eindpunt aanwezig is in het proces, dat hij mee verantwoordelijk is tot bij de consument (voor de kwaliteit en voor de prijs). Hij moet voor deze afspraak ook hygiënisch werken.

 

Reactie (Danny Huyghebaert): Als visser – ik was geen reder – verdiende ik goed mijn brood. Vissers krijgen een percent van de besomming. Het is de reder die uit de kosten moet komen. Een visser heeft een kortetermijnvissie van reis tot reis, het is de reder die de langeretermijn bedrijfsvoering doet.

 

 

Vraag (uit zaal): Is er niets meer te doen met de duurzaamheidster zodat de consument er ook iets mee kan doen? Kun je er niet een snelle score uittrekken of op de visveiling zichtbaar maken? Antwoord (Arne Kinds): Het moet over duurzame ontwikkeling gaan wat inderdaad een complex gegeven is met vele factoren. Je kan niet zomaar simpel zeggen of iest duurzaam of niet.

 

Reactie (Filip De Bodt): We gaan dan weer met scores en kleuren werken. We onderschatten de consument. Maar waarom gaan we niet terug naar een goed vertrouwen in betrouwbare handelaars. Die kunnen trouwens heel simpele criteria gebruiken: wat, waar, hoe gevist, is het fair betaald, is de vis groot genoeg (reeds reproductie). Geen te kleine vis vermarkten, want ik zie dat daar heel vaak wordt tegen gezondigd.

 

 

Vraag (uit zaal): Rechtstreeks aankopen van visser is dat niet mogelijk? In Nederland kan dat toch, waarom hier niet?

 

Antwoord (Wim Versteden): Het zijn vaak ook de vissers die vinden dat we via de veiling moeten gaan.

 

Reactie (uit zaal): maar in je brochure staat dat je rechtstreeks bij de duurzame visser koopt. Dat klopt dan niet. Brochure en website niet meer helemaal correct

 

 

Percentage weggegooide vis in de vismijn (omdat de minimumprijs niet wordt gehaald) is hoog. 420 ton in 2010. 178 in 2014. Pintafish kan deze verspilling vermijden.

 

 

(Danny Huyghebaert): Voor Pintafish gaat we ook zoeken naar goede vis volgens de viskalender. Voor ons is kwaliteit heel erg belangrijk. We zien vb. dat de kwaliteit van pladijs momenteel heel erg achteruit is aan het gaan. Hoewel de viskalender zegt dat we zeker nog 2 weken zouden goed zitten. Maar geen magere pladijs voor Pintafish.

 

 

(Wim Vertsteden): We werken uitsluitend met diepvriesvis. Maar die is moeilijker aan de man te brengen. De consument verkiest over het algemeen verse vis.

 

 

Vraag (uit zaal): Hoe situeert Pintafish zich binnen het convenant?

 

Antwoord (Wim Versteden): Ik heb het recent onder ogen gekregen en zag dat het de weerslag was van een reeks discussies waarin men elkaar spaart.

 

Reactie (Krien Hanssen): Het rapport zelf werd opgesteld met en kleine groep mensen, maar de manier waarop we nu verder gaan werken is wel zeer breed. Bedoeling is dat veel geïnteresseerde mensen deelnemen en meewerken.

 

Reactie (Filip De Bodt): Ik heb daar geen tijd voor om in al die werkgroepen te zetelen. Wij willen met onze organisatie meer werken naar consumenten toe om druk uit te oefenen op het EU-niveau.

 

Reactie (uit zaal): Hebben jullie contacten met EU-initiatief INSEPARABLE?

 

 

Filip De Bodt (Climaxi): Vandaag veel volk, maar we missen hier vissers! Vraag ook hun visie!

 

Antwoord (Wim Versteden): Ze waren uitgenodigd. We hadden zelfs een tijdslot voorzien in de namiddag om met hen persoonlijk na te praten en te zien of zij interesse zouden hebben in het leveren aan Pintafish.

 

Reactie (Arne Kinds): Ook ILVO heeft hen uitgenodigd om te komen. Ze uitten altijd dat ze wel geïnteresseerd zijn, maar algemeen is er weinig opkomst van vissers en reders op dit soort evenementen. Niet enkel in de Redercentrale (die enkel uit reders bestaat), maar ook vissers hebben iets te zeggen. Er zou meer overleg en participatie van alle lagen van de sector moeten zijn.

 

 

Vraag (Lancelot Blondeel): Duurzaamheidsbeoordelingen gebeuren vaak puur vanuit ecologisch. We hoorden vandaag dat we ook de socio-economische factoren moeten meenemen. Maar in deze discussie komt toch terug vooral het ecologische aspect aan bod. Wat is nu de focus van Pintafish? Is het en/en of een of.

 

Anwtoord (Wim Vertsteden): In de eerste plaats staat Pintafish voor de korte keten, een eerlijke prijs voor de visser en de overschotten benutten. We hebben er geen moeite mee om het insluiten van andere zaken als werkpunten te zien. We zijn een bedrijf in transmissie. Verduurzaming in de korte keten verweven.

 

 

Laatste korte reacties en boodschappen:

 

- Leer de kinderen in de scholen ook vis herkennen en over de toestand en duurzaamheid van vis.

 

Contact: Pintafish, Slachthuislaan 3a, 3000 Leuven (B); Tel: 016/63 99 90; E-mail: Info@veeakker.be

 

Phoenix design